Topstukkenstatuut toegekend voor 20 uitzonderlijke en zeldzame juwelen en zilveren objecten en ensembles uit de DIVA collectie.
"Het Topstukkendecreet geeft Vlaanderen de kans om stelselmatig cultureel erfgoed van uitzonderlijk belang te verwerven, beschermen, bestuderen, bewaren en tentoon te stellen aan een breed publiek. De opname van deze twintig objecten op de Topstukkenlijst is een erkenning voor het gevoerde aankoop-, onderzoeks- en tentoonstellingsbeleid van het museum dat in deze kan rekenen op tal van stakeholders, in het bijzonder de Vlaamse overheid en de Koning Boudewijnstichting" - minister-president en Vlaams minister van Cultuur Jan Jambon in 2023
Zeldzaam Antwerps zilver
Het acquisitiebeleid van het museum besteedt veel aandacht naar het hoogst zeldzame 16de-eeuwse Antwerps zilver. Naast een zilveren toiletensemble met Brusselse merken en de uilenbeker, werden ook twee uitzonderlijke tazza’s of drinkschalen erkend, waarvan één ooit de inzet was van een loterij. De identificatie van de tot op heden anonieme Antwerpse edelsmeden die deze prachtstukken realiseerden vormt het onderwerp van verder onderzoek. Deze voorwerpen hebben naast een grote artistieke en cultuurhistorische waarde ook een hoge ijkwaarde.
Van de oudheid tot de 19de eeuw
Een in 2001 opgegraven Romeinse ring, eigendom van de Provincie Antwerpen, is nog tot eind juli 2023 te zien in de tentoonstelling EIGEN/AARDIG – Kunst en Archeologie in Dialoog en wordt daarna terug geïntegreerd in de vaste expo, waar die de confrontatie aangaat met zowel historisch als hedendaagse toepassing van de granulatietechniek.
Een clusterring met miniatuurportret en een heilige Geesthanger, beiden afgewerkt met email en edelstenen, en een terracottamodel of bozzetto voor een ampullenblad, toegeschreven aan Artus II Quellinus, stammen uit de 17de eeuw. Deze zeldzame objecten zijn zowel vanuit typologisch als technisch en artistiek perspectief belangrijke cultuurgoederen.
De zilveren toiletspiegel van de familie van Susteren, eigenaars van het kasteel van ’s Gravenwezel en een stadspaleis op de Meir, is een vroeg Antwerps rococovoorbeeld, terwijl de driekraantjeskan vervaardigd door de Antwerpse zilversmid Jan Baptiste Cassé en een kraantjeskan in Japans porselein met zilveren monturen van Marie-Jeanne Husson uit Oudenaarde vanuit meerdere oogpunten uitzonderlijke à la mode voorbeelden zijn voor de jaren 1760. Een gouden Parijse snuifdoos met ingewerkte camee uit de verzameling Smidt van Gelder werd in 1769-1771 door Robert-Joseph Auguste vervaardigd. Van deze orfèvre ordinaire du Roi, afkomstig uit Bergen, zijn amper zeven snuifdozen bekend waaronder in het Louvre (Parijs), het MET (New York), het V&A Museum (Londen) en de Hermitage (Sint-Petersburg).
Voor de 19de eeuw werden enkele hoogst uitzonderlijke historische voorwerpen met koninklijke en keizerlijke insteek op de topstukkenlijst opgenomen. Een parure met amethisten en briljanten is een geschenk van keizer Napoleon aan gravin Vilain XIIII, dat zij op haar beurt aan de kerk van Bazel geofferd heeft en nu in de vaste expo van DIVA te zien is. Het wijwatervat met de voorstelling van Christus en de Samaritaanse vrouw bij de waterput was ooit eigendom van koning Leopold I en werd in 1833 vervaardigd door Jan Pieter Antoon Verschuylen, een uitmuntende zilverdrijver uit Antwerpen. Tot slot, een ring die door Leopold I besteld werd bij de Brusselse hofleverancier Jean Baptiste Dees en in 1835 aan Gérard Waefelaer werd geschonken is een uitzonderlijk goed gedocumenteerd en zeldzaam voorbeeld van de Belgische juweelkunst uit de eerste helft van de 19de eeuw.
Internationale uitstraling
De organisatie van internationale tentoonstellingen in de 19de eeuw vormde een stimulans voor juweliers en zilverbedrijven om hun technisch kunnen te etaleren of zich artistiek en commercieel te profileren. De broche ‘Couronne pompadour’ van de uit Luik afkomstige Parijse juwelier Oscar Massin en de bierpul met Teniersscènes van Jean Dufour et Frères zijn daarvan schitterende voorbeelden.
Een andere ontwerper met internationale status is Henry van de Velde, van wie het museum een zeldzame sauskom bezit. Van de Velde tekende het ontwerp tijdens zijn verblijf in Weimar. In 1903 werd dit model in productie gebracht door de firma Koch & Bergfeld en door hofjuwelier Theodor Müller verkocht.
Van Wolfers Frères uit Brussel, waarvan DIVA een deel van het omvangrijke archief beheert, werden twee ovale schotels van het model Gioconda als topstuk erkend. Deze schotels ontworpen door Philippe Wolfers zijn de enige overgebleven restanten van het servies dat in 1925 effectief op de Exposition des arts décoratifs et industriels modernes in Parijs getoond werd. Ook het tafelmiddenstuk Ondine met een beeld van Marcel Wolfers en bijhorende kandelabers van Wolfers Frères die voor de eretafel van het Belvédère op Expo ’58 werden gerealiseerd, kregen als één geheel de status van topstuk. De ontwerptekeningen voor beide ensembles maken eveneens deel uit van DIVA's collectie.